woensdag 5 oktober 2011

Internetperikelen

Het valt ons vaak op dat het interactief gebruik van internet in Italië nog ver achterloopt bij Nederland. Nog niet veel sites hebben de mogelijkheid om online producten te kunnen bekijken of te bestellen, enkele goede uitzonderingen daargelaten. Terwijl je zou verwachten dat dat juist in een land als Italië, waar veel mensen op het platteland wonen, een goede zaak zou zijn. Veel bedrijven hebben nog geen website, of alleen een home-pagina met hun adres erop. Kortom: een gat in de markt voor IT-ers.
Vanmorgen toen we uit de bar kwamen zagen we aan de overkant onze vriend Leo uit zijn raam op de eerste verdieping van zijn huis hangen. Ik groette hem en omdat hij wel van een geintje houdt, vergeleek ik zijn grijsharige verschijning voor het open raam met die van de Paus op het Sint Pietersplein. Hij kon er wel om lachen, en liet ons zien dat er uit het raam een doosje bungelde met daarin een dongel. Hij probeerde op die manier een internetverbinding tot stand te brengen voor zijn smartphone omdat dat binnen in geen geval lukte. Toen het ook op deze manier niet werkte, riep hij wanhopig uit dat internet zelfs in Afghanistan beter geregeld was dan hier! Daar konden wij dan weer om lachen.

Raam van de Paus

Raam van Leo

Huisfoto's

Deze dagen is het zulk mooi en zonnig weer dat ik deze kans maar heb benut om wat nieuwe foto's te maken voor op onze website. Dat valt nog niet mee, want met felle zon geven de druiven zoveel licht/donker contrast dat de foto heel rommelig wordt. Hierbij een paar voorbeelden van de beste opnamen, al moet ik mijn zichtbare schaduw op de laatste nog wel even 'fotoshoppen'.



Feest in San Gemini

Dit weekend waren we 's middags even in San Gemini, waar de hele week een middeleeuws feest gaande is. (Sommigen herkennen de naam San Gemini wellicht van het bronwater dat hier gebotteld wordt.) We waren rijkelijk vroeg, het was nog niet erg druk, de meeste bezoekers arriveerden pas tegen etenstijd. Maar op het centrale plein van dit oude stadje stonden enkele kraampjes waar enkele oude ambachten werden gedemonstreerd als papier maken, munten slaan en kant maken. Van enkele middeleeuws geklede inwoners onderstaan een foto.



dinsdag 4 oktober 2011

Pasquino

Gisteren zijn we met de trein een dag naar Rome gegaan. De dag begon niet echt lekker, want we hadden de verkeerde trein van half tien gekozen, één die alleen op zon- en feestdagen gaat, dus daar hadden we niets aan op vrijdag. En omdat het treinverkeer hier niet zo frequent is, moesten we tot kwart voor elf wachten op de volgende. Gelukkig is de reis naar Rome maar 45 minuten, dus waren we er alles bij elkaar toch nog voor de middag. En wat is anderhalf uur in de eeuwige stad?
We hebben gewoon wat rondgelopen en geprobeerd wat oude adressen terug te vinden uit de tijd dat we het geluk hadden 3 maanden in Rome te wonen en te werken in het archeologische museum. Het was heerlijk om oude plekken te herkennen en nieuwe te ontdekken. Zoals het beeld van 'Pasquino' op  de hoek van het gelijknamige plein achter het Piazza Navona. Dit beschadigde beeld stamt uit de 3e eeuw voor Christus en is een Romeinse kopie van een Grieks beeld. Het stelt een scène voor uit de Trojaanse oorlog; Menelaos die het lichaam van de gesneuvelde Patroclos wegdraagt. In de 16e eeuw begonnen de Romeinen anonieme, satirische gedichten aan het beeld te hangen om hun ongenoegen te uiten over politieke gebeurtenissen, onrecht, of misstanden in de kerk. Zo werd Pasquino bekend als een "sprekend beeld". De gedichten werden zelfs in boekvorm gepubliceerd en waren in heel Europa bekend. Ook in een boek dat we recent gelezen hebben over Olimpia Maidalchini (1591 - 1657), de schoonzus en adviseur van paus Innocentius X, speelt het beeld een rol omdat het vlak achter haar palazzo aan het Piazza Navona staat (Eleanor Herman, Mistress of the Vatican). Regelmatig kon zij het boze volk van Rome bij het beeld horen protesteren tegen haarzelf en haar pauselijke zwager. En zoals op de foto te zien is, worden er nog steeds politieke gedichten bij Pasquino achtergelaten.

zaterdag 1 oktober 2011

Halfwilde zwijntjes

Bij het tankstation waar we altijd tanken, beneden aan de heuvel langs de weg Orvieto - Todi, houden ze een merkwaardig "huisdier". Het is een kruising tussen een wild zwijn en een tam varken. Het dier wordt dagelijks door de pompeigenaar gevoerd en is een attractie voor de klanten en waarschijnlijk goed voor de business, want Italianen zijn over het algemeen niet zo zorgzaam voor dieren. In ieder geval niet als het geld kost.
Bij onze eerste tankbeurt vorige week hoorden we dat er inmiddels gezinsuitbreiding heeft plaatsgevonden. We dachten eerst nog dat het de pompeigenaar zelf betrof, maar het bleek het varken te zijn. En jawel, naast de pomp lag moeders met haar kroost uit te buiken.

Pasquino

Gisteren zijn we met de trein een dag naar Rome gegaan. De dag begon niet echt lekker, want we hadden de verkeerde trein van half tien gekozen, één die alleen op zon- en feestdagen gaat, dus daar hadden we niets aan op vrijdag. En omdat het treinverkeer hier niet zo frequent is, moesten we tot kwart voor elf wachten op de volgende. Gelukkig is de reis naar Rome maar 45 minuten, dus waren we er alles bij elkaar toch nog voor de middag. En wat is anderhalf uur in de eeuwige stad?
We hebben gewoon wat rondgelopen en geprobeerd wat oude adressen terug te vinden uit de tijd dat we het geluk hadden 3 maanden in Rome te wonen en te werken in het archeologische museum. Het was heerlijk om oude plekken te herkennen en nieuwe te ontdekken. Zoals het beeld van 'Pasquino' op  de hoek van het gelijknamige plein achter het Piazza Navona. Dit beschadigde beeld stamt uit de 3e eeuw voor Christus en is een Romeinse kopie van een Grieks beeld. Het stelt een scène voor uit de Trojaanse oorlog; Menelaos die het lichaam van de gesneuvelde Patroclos wegdraagt. In de 16e eeuw begonnen de Romeinen anonieme, satirische gedichten aan het beeld te hangen om hun ongenoegen te uiten over politieke gebeurtenissen, onrecht, of misstanden in de kerk. Zo werd Pasquino bekend als een "sprekend beeld". De gedichten werden zelfs in boekvorm gepubliceerd en waren in heel Europa bekend. Ook in een boek dat we recent gelezen hebben over Olimpia Maidalchini (1591 - 1657), de schoonzus en adviseur van paus Innocentius X, speelt het beeld een rol omdat het vlak achter haar palazzo aan het Piazza Navona staat (Eleanor Herman, Mistress of the Vatican). Regelmatig kon zij het boze volk van Rome bij het beeld horen protesteren tegen haarzelf en haar pauselijke zwager. En zoals op de foto te zien is, worden er nog steeds politieke gedichten bij Pasquino achtergelaten.

woensdag 28 september 2011

Gereserveerde zitplaatsen

Ook in het stadje Bevagna, in de hoofdstraat, stonden deze drie stoelen op een rijtje. Op de rugleuning staan de namen van de eigenaars, die nergens te bekennen waren:
deze is van Angelino - postbode;  deze is van Cincino - spoorwegambtenaar; en deze van Jovanne

What's in a name

We zijn alweer een paar dagen in Umbrië, dus hoog tijd om weer wat berichten te posten over de dingen die we zoal doen en tegenkomen. Vanmorgen zijn we naar Spello gereden om bij de Granbrico (een grote doe-het-zelf winkel) een aantal spullen te kopen voor het huis. Omdat de winkel om half 1 dicht ging besloten we om onszelf op een lunch te trakteren in Bevagna, een prachtig middeleeuws stadje met een Romeinse oorsprong. Op het Piazza Garibaldi, vlak achter de stadspoort schoven we even later aan op het terras van een piepklein restaurant.
Nu hebben Nederlanders de naam om nogal direct te zijn in hun uitingen, maar deze foto toont dat ook de Italianen, of in ieder geval de eigenaar van deze tent, er ook wat van kan. Op de gevel hangt dit zelfgemaakte bord, waarop in vrije vertaling staat te lezen:

Bent u krenterig?
Heeft u haast?
Bent u veeleisend?
Bent u niet tevreden te stellen?
Bent u iemand die aan z'n ballen krabt?
Verderop zijn andere restaurants!
PS Geheelonthouders betalen dubbel!

Overigens was het eten er prima! Maar ik denk dus dat de meneer op de tweede foto er niet welkom is!


zondag 4 september 2011

Zwavelbad (2)

Vandaag kom ik toevallig een berichtje uit een regionale Italiaanse krant tegen over de openlucht zwavelbron bij Viterbo die ik beschreef in mijn vorige stukje. Locaal wordt de bron al lange tijd beschouwd als een middel tegen verschillende kwalen, maar nu wordt deze in de krant ook aangeprezen als een gratis middel om de mannelijke potentie te verhogen.
Uit een recente studie van Dr. Roberta D'Emmanuele, uitgevoerd in de zwavelrijke omgeving van Napels, zou blijken dat zwavel een krachtige stimulus is voor de potentie en even krachtig als de farmaceutische Viagra-pil: "Hoewel dit middel (Viagra) in sommige gevallen effectief bleek, waren de effecten van het natuurlijk gas altijd effectief".
Een voorbeeld van de perfecte Italiaanse marketingmethode. En Italianen kennende, zal het er ongetwijfeld druk worden.


vrijdag 27 mei 2011

zwavelbad

Gisteren hebben we een stukje omgereden omdat ik via via op het spoor was gezet van een zwavelbron in de openlucht waarin je - zo je wilt - een heilzaam bad kunt nemen. Vanaf Montefiascone, aan het meer van Bolsena, reden we richting Viterbo, om een paar kilometer voor Viterbo de afslag te nemen naar Marta. Vlak voor de restanten van een Romeins grafmonument slaan we linksaf een onverharde weg in. Waarschijnlijk was dit de oude Romeinse weg, de Via Cassia, getuige een tweede restant van een grafmonument dat we passeren. Het landschap is hier zacht glooiend, we rijden door akkers waar net gehooid is. Helemaal geen plek waar je vulkanische activiteit zou verwachten. We moeten uitkijken naar een parkeerplaats en inderdaad zien we een aantal auto's en campers langs de weg staan. Als we uitstappen zien we al snel een goot waardoorheen water stroomt, het ruikt inderdaad naar zwavel en als we voelen is het gloeiend heet. De kanaaltjes leiden naar een paar bassins met banken rondom, waarin het water kniehoog staat. Op de banken en in het water zitten en liggen Italianen van verschillend pluimage in het 'gezonde' zwavelwater. Wij hebben geen badkleding bij ons, maar omdat de temperatuur boven water al 30 graden is hebben we ook niet veel zin om ons in een nog heter bad te dompelen. Het blijft bij pootje baden en dat is al warm. Maar in de herfst of de winter moet het vast lekker zijn om hier in zo'n gratis natuurlijke jacuzzi te zitten.

Bloemenzee

Soms kom je een bocht omrijden en word je verrast door iets wat je niet verwacht. Gisteren was er zo'n moment waarop we even stilvielen vanwege deze kleurenpracht: velden met paarse klaver, gemengd met andere veldbloemen.


dinsdag 24 mei 2011

Klokkenritme


Bijna iedere morgen worden we gewekt door het luiden van de klokken. Ik zeg met nadruk bijna omdat we er na verloop van een paar dagen zo aan gewend zijn dat we er ook rustig doorheen kunnen slapen. Veel van onze gasten (maar wij ook de eerste keer dat we hier sliepen) denken dat het de klokken van de kerk zijn. Maar dat is niet het geval. Het zijn de klokken in de toren van de burcht, om precies te zijn in één van de drie torens die de burcht rijk is. Van één toren staat alleen het fundament nog, het is nu een uitkijkpunt. De tweede toren staat nog wel fier overeind, maar is al jaren leeg en verlaten. De derde poort is de poort die de hoofdingang vormt tot de burcht en daarom is voorzien van een klokkentoren. De traditie van het luiden gaat terug tot de tijd dat nagenoeg alle inwoners van het dorp op het land werkten en er nog geen zakhorloges bestonden. Daarom roepen de klokken om 7 uur alle landarbeiders op om aan het werk te gaan. Om precies 12 uur wordt er geluid omdat het tijd is voor de middagrust. Na de middagrust hervat iedereen het werk tot de klokken iedereen naar huis roepen vanwege het invallen van de avond. Dat is de enige tijd die wordt aangepast aan het seizoen. In de winter is dat al om 17.00 uur, maar op dit moment mag iedereen doorwerken tot 20.30 uur.
Het luiden gebeurt niet meer met de hand, de klokken zijn inmiddels aangesloten op een tijdschakelaar. Heel modern hoor ik iedereen al denken, maar gelukkig zit er toch nog een traditioneel kantje aan. Net zoals ongetwijfeld in de Middeleeuwen al het geval was, is er slechts één persoon in het dorp nobel genoeg om de sleutel van de toren in zijn bezit te mogen hebben. Dat is in dit geval Gabriele, die in het dorp een soort burgemeestersrol vervult. Als er dus een speciale gelegenheid is waarvoor iemand de klokken willen laten luiden, zoals een begrafenis of huwelijk, dan moet diegene Gabriele aanspreken want alleen hij heeft toegang tot de toren en de tijdschakelaar. Al zou het hele dorp de klokken willen stilzetten, als Gabriele dat niet wil gebeurt het niet. Het is hier tenminste één van de weinige procedures die - hoewel niet democratisch - in ieder geval wel simpel is.

vrijdag 29 april 2011

De Romeinse haven van Pagliano

In de omgeving zijn er verschillende archeologische resten te zien uit de Etruskische en Romeinse tijd. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien we hier maar zo'n 100 km van Rome verwijderd zijn. Maar onlangs kwam ik tegen dat er in de buurt ook restanten van een Romeinse haven liggen, en wel vlakbij Orvieto, op de plaats waar twee rivieren samenkomen: de Tiber en de Paglia. De laatste vormde een verbinding over het water van Chiusi naar Orvieto en verder over de Tiber naar Rome.
Na het doen van boodschappen in Orvieto besloten we op zoek te gaan en nemen de weg onder langs de Paglia richting Corbara. Vlak voor Corbara staat er zowaar een bordje langs de weg dat ons een onverharde weg opstuurt, natuurlijk met de gebruikelijke hobbels en kuilen. En zoals ook gebruikelijk: er staat maar één bordje, zoek het verder zelf maar uit als de weg zich verderop blijkt te splitsen. Natuurlijk nemen we eerst de verkeerde afslag, maar uiteindelijk wijzen een paar vissers ons de weg en komen we uit bij de haven. Er staat zowaar een informatiebord, maar verder is de site verlaten en overwoekerd met gras en onkruid. Op het bord staat te lezen dat de commerciële gebouwen hier opgegraven zijn in 1889-1890, maar sindsdien in de vergetelheid zijn geraakt (behalve bij schatgravers) en overwoekerd. Maar, vermeldt het bordje trots, in 2000 heeft er een heropgraving plaatsgevonden waarbij de restanten opnieuw bestudeerd zijn, van alle begroeiing ontdaan en weer toonbaar gemaakt zijn. Op dit moment zijn er alleen nog enkele muren van overigens prachtig 'opus reticulatum' metselwerk nog te zien. Het wachten is nu dus weer op de volgende heropgraving. En nieuwe bordjes.

Prutswerk

Na een regendag eerder deze week en het zonnetje van vandaag zie je weer een keur van nieuwe (veld)bloemen bloeien. Vooral de papavers vallen extra op. Eerst zagen we er maar een paar, maar nu kleuren ze de kanten van de weg prachtig rood. Maar ook op ons terras gaat het snel. Vanmorgen heb ik deze foto gemaakt van de rozen. Volgens mij zijn ze me dankbaar voor de snoeibeurt van vorig jaar. Helaas geldt dat niet voor de oude druivenranken die het terras in de zomer van de broodnodige schaduw moeten voorzien. Omdat ze vorig jaar zo'n wildernis waren heb ik ze in november flink teruggesnoeid. Maar nu lopen ze maar mondjesmaat uit. Verschillende locale kenners hebben zich er deze week al over gebogen. Eerst Pinuccio, de achterbuurman, die riep meteen: "ze zijn dood, veel te oud, plant maar nieuwe". Omdat ik dat wel al te rigoreus vond (het is immers pas april) de dag erna Vladimiro gevraagd wat hij ervan vond. Hij is tuinman van beroep, dus zou het moeten weten. Hij zegt dat ik te vroeg gesnoeid heb en veel te ver. Maar: misschien lopen ze op het oude hout nog wel uit, dus nog maar even aanzien. En vanmorgen kwam Enrico kijken. "Wie heeft deze gesnoeid?" vroeg hij meteen op een toon die niet veel goeds voorspelde. Het was prutswerk, daarover was hij het meteen eens met Vladimiro. Maar verder wist Vladimiro niets van druiven, vond hij. Met een kennersblik wees hij aan waar ik uitlopers kon verwachten en waar het hout volgens hem dood (secco: droog) was en moest worden afgezaagd. "Heb je een zaag?" vroeg hij om de daad bij het woord te voegen. Gelukkig had ik die niet voorhanden anders waren de oude ranken - met voor mij al een hoge decoratieve waarde - geen lang leven beschoren geweest. Gelukkig gaat hij er dan mee akkoord om het nog even aan te zien wat er de komende weken gaat uitlopen. Maar eind mei, als we terugkomen, komt hij zagen. Slik.
Maar verder vindt hij dat alles er mooi bij staat, vooral de rozen. Gelukkig toch nog wat goed gedaan....


maandag 25 april 2011

De loterijwinnaar

Onze dorpsvereniging, de circolo, grijpt iedere feestdag aan om een loterij te organiseren. Zo ook met Pasen. Het spekt de kas van de vereniging en of het nu om die reden is of een andere, de dorpelingen krijgen er nooit genoeg van want iedere keer zijn alle loten weer uitverkocht.
Deze Pasen is het niet anders, er worden drie enorme chocolade paaseieren verloot. De ene eihelft bestaat uit pure en de andere uit melkchocolade en het geheel is prachtig versierd met suikerwerk.
Vol trots vertelt de barman dat de grootste wel drie kilo weegt. Ik begrijp nu waarom de meeste dames hier niet al te slank zijn en moet er niet aan denken om zo’n ei weg te moeten werken.
Na de kerkdienst komt het hele dorp een ‘aperitivo’ drinken in de bar en wordt iedereen een ‘buona Pasqua’ gewenst met veel gezoen (ook de mannen)  en schouderkloppen. Het is gezellig druk want veel familie komt bij elkaar op bezoek dit weekend. Het hoogtepunt is de trekking van de loterij. De barman komt naar buiten met een met zilverfolie omwikkelde pot met daarin alle balletjes van een lottomachine die kennelijk ergens vandaan is getrokken. Om de beurt wijst hij een kind aan die een balletje uit de pot mag halen en ouders schuiven hun kinderen om het hardst naar voren om die eer in de familie te houden. De winnaars van de derde en tweede prijzen blijken niet aanwezig, maar de eerste prijs wordt onder luid applaus aan de winnaar overhandigd en vol trots wil hij wel even poseren voor onze fotocamera. Zijn Pasen kan niet meer stuk.



zondag 24 april 2011

Colomba di Pasqua: paasduif

Na de wintermaanden is het weer heerlijk om hier terug te komen in de lente. Het landschap is inmiddels fris groen en er verschijnt weer een keur aan wilde bloemen in de akkers en bermen.
En vandaag is het nog Pasen ook. Voor veel Italianen is vandaag het hoogtepunt van een week vol vieringen volgens goed katholiek gebruik. Toen wij de avond van Goede Vrijdag in het dorp arriveerden waren we net op tijd om de processie gade te slaan waarbij de dorpelingen Christus - dat wil zeggen het Christusbeeld uit de kerk dat voor deze gelegenheid van het kruis is afgehaald -  symbolisch ten grave dragen door de met kaarsen verlichte straat.
Vanmorgen om 7 uur werd de wederopstanding – in letterlijke zin - al luidruchtig uitgedragen vanaf de klokkentoren. Na deze aubade hebben we een echt vakantie-Paasontbijt klaargemaakt. Gedeeltelijk zoals thuis, met een meegebracht tafelkleed en versierde eieren. Maar ook met Italiaans paasbrood, waarmee de winkels hier volstaan de weken voor Pasen. Grote dozen met broden in vele vormen en met verschillende vullingen. Italiaanse vrienden kwamen ons een Colomba (duif) brengen: een paasbrood in de vorm van een duif. Het lijkt een beetje op ons krentenbrood, alleen is deze gevuld met stukjes sinaasappelschil en bestrooid met suiker en amandelen. Heerlijk!


donderdag 25 november 2010

Drankprobleem

Ook in Italië is het niet de bedoeling dat je met (teveel) drank op achter het stuur kruipt. Maar hoe weet je nu hoeveel promil alcohol je in je bloed hebt wanneer je de bar verlaat? In Nederland weten de meesten wel dat je niet meer dan 2 biertjes mag drinken, maar wat als je geen bier drinkt maar wel likeur, wijn of iets sterkers? De Italianen hebben de oplossing gevonden! In ieder bar hangt een lijst waarop je kunt opzoeken hoeveel het alcoholpromilage is van het drankje dat je drinkt. De lijst is uitgesplitst in tabellen voor mannen en vrouwen en voor ieder geslacht in verschillende gewichtscategorieën. Alles wat je hoeft te doen is in de juiste tabel je gewicht en je drankje op te zoeken en je ziet wat het promilage is. Tot zover de theorie. In de praktijk heb ik nog nooit iemand gezien die de lijst raadpleegde. Sterker nog, ik denk dat niemand in de lijst is geïnteresseerd, men weet natuurlijk zelf veel beter hoeveel alcohol men aankan. Maar het is wel tekenend voor de manier waarop de overheid problemen aanpakt: er is een probleem, we maken een lijst, probleem "opgelost", volgende!

  

woensdag 24 november 2010

Mars van Todi

Het is een – althans voor mij – bekend fenomeen: de musea waar je het dichtste bij woont bezoek je het minst. Zo ben ik nog nooit op de Zaanse Schans geweest en ook het Zuiderzeemuseum heeft mij nooit in hun bezoekersaantallen kunnen registreren. En hier in Umbrië is het niet anders. Bijna dagelijks kom ik hier in Todi en ik weet dat er in het Palazzo del Popolo een museum is gevestigd, maar ik ben er nog nooit naar binnen gestapt. Maar nu de olijven zijn geplukt en ik gisteren weer in Todi was , besloot ik nu maar eens een kijkje te gaan nemen. Niet in het minst omdat ik laatst een foto zag van een Etruskisch bronzen beeld dat mij erg bekend voorkwam. Inderdaad ken ik het beeld van mijn eerstejaarscolleges archeologie als de Mars van Todi. Alleen heb ik toen kennelijk braaf de naam geleerd om vervolgens – toch bijna 30 jaar later – bij het woord Todi niet meer de associatie met Mars te maken. Totdat ik de afbeelding weer zag op een ansichtkaart.


Het originele beeld staat inmiddels in het Vaticaans museum in Rome, maar in Todi staat nog wel een kopie. Het bleek niet moeilijk te vinden, want nog voor je de ingang van het museum bereikt staat het beeld pontificaal in het trappenhuis.
In tegenstelling tot de naam doet vermoeden is het geen levensgroot beeld van de god Mars, maar van een soldaat die een offer brengt. Dat is te zien aan de offerschaal (patera) in zijn rechterhand. Zijn helm ontbreekt, evenals de speer in zijn linkerhand. Desalniettemin is het een indrukwekkend beeld uit de 5e eeuw voor Christus, de tijd waarin de Etrusken zich meesters tonen in het bronsgieten, een techniek die ze van de Grieken in Zuid-Italië kopieerden. De verwarring met de oorlogsgod Mars is waarschijnlijk ontstaan doordat het beeld in 1853 gevonden is nabij een Umbrisch heligdom voor de oorlogsgod, waar het ritueel was begraven in een graf.
De rest van het museum stelde helaas teleur. Zoals vaak het geval is, is de opstelling en vooral het licht zo slecht dat je niets ziet omdat er geen lichtpunt is of omdat je verblind wordt door spotjes die bijna recht in je gezicht schijnen. Jammer, maar Mars maakte gelukkig veel goed.


zaterdag 20 november 2010

Il frantoio

Het is zover, na een week olijven plukken is de eerste olie een feit. Vanmorgen heb ik met eigen ogen (en voor de eerste keer) kunnen zien hoe de olijven zijn verwerkt in de ambachtelijke perserij in het nabijgelegen Civitella del Lago. Natuurlijk wordt de gelegenheid meteen aangegrepen om het te vieren met wijn en bruschette met daarop de eerste geperste olie.
Kort gezegd is het proces als volgt: de kisten olijven worden geleegd in de transportmachine waar allereerst de meegeplukte bladeren eruit worden geblazen. Daarna worden de olijven gewassen en vallen ze in een grote bak waarin ze door drie enorme, ronddraaiende granieten molenstenen tot een pasta worden geplet. De pasta wordt – beetje bij beetje - uit de bak op ronde schijven uitgespreid en deze schijven worden op elkaar gestapeld tot wel 1,5 meter hoog. Deze enorme stapel wordt onder een pers gelegd en zo’n twee uur lang wordt tenslotte de olie uit de pasta geperst en opgevangen. Hoewel het proces gedeeltelijk is geautomatiseerd, is het een arbeidsintensief proces dat veel tijd kost. De perserij is dan ook 24 uur per dag in bedrijf.  In de meer moderne perserij waar ik gisteren een kijkje heb genomen verloopt het hele proces volautomatisch en is er maar één operator nodig om de boel in de gaten te houden. Maar nadeel voor de kijker is dat je de olijven in het geheel niet ziet, alles wordt via buizen getransporteerd. Alleen aan het einde van het proces kun je de olie uit de pers zien komen. Geef mij dus maar het oude ambacht.

NB. Ik heb trouwens nooit geweten dat er zwarte olijven bestaan die een diep rode olie geven. Omdat ze meestal maar een klein deel van de oogst uitmaken, is de net geperste olijfolie toch groen van kleur en troebel. In de loop van een aantal maanden slaan de olijfdeeltjes in de olie neer en wordt de olie helder.  





donderdag 18 november 2010

Olijfje

Vandaag kan ik even bijkomen. Dat klinkt misschien raar wanneer je hier met vakantie bent, maar de afgelopen dagen waren meer een werkvakantie.  Het afgelopen weekend zij de meeste families in het dorp begonnen met het oogsten van de olijven en dat betekent dat alle hulp welkom is. Vele handen maken licht werk, en er komen ook vele handen aan te pas om de klus te klaren. Zaterdag heb ik mijn hulp aangeboden aan Gabriele, die met zijn vrouw en schoonzoon aan het plukken was. Natuurlijk kon ik helpen. Ik kreeg een klein harkje warmee ik de rijpe olijven van de tak moet ritsen. Zijn vrouw en ik ontfermen ons over de lage takken, de beide heren staan op een ladder om de hoge takken te bereiken. De olijven vallen in het net dat onder de bomen ligt uitgespreid. Het kost soms enige moeite om ze niet te vertrappen wanneer je aan het werk bent, ook omdat er heel wat wordt afgekletst en gelachen. Aan het einde van de dag hebben we acht bomen leeggeplukt. Mijn opbrengst was een heerlijke dag, een dito lunch, een fles wijn en een portie goodwill.
Vanaf zondag help ik mijn buren, die er dit jaar alleen voor staan om hun 60 bomen te plukken. De hulp van een plukker (inmiddels met ervaring!) is dan ook zeer welkom. Het werk is hier wel zwaarder omdat de olijfgaard naar beneden het dal in loopt. We staan dan ook regelmatig op een schuine helling te balanceren. Bovendien is er geen gemechaniseerde hulp om de volle kisten naar boven te transporteren. Die moeten we zelf naar boven dragen. Mijn conditie is er dus de afgelopen dagen wel op vooruitgegaan! Maar gelukkig zijn er positieve kanten genoeg: het mooie weer, het prachtige uitzicht, het goede gezelschap en niet te vergeten de heerlijke lunches die me iedere dag weer te wachten staan. Haast jammer dat we morgen klaar moeten zijn, want zaterdag worden de olijven om 11.30 precies bij de frantoio (perserij) verwacht.