Ook in het stadje Bevagna, in de hoofdstraat, stonden deze drie stoelen op een rijtje. Op de rugleuning staan de namen van de eigenaars, die nergens te bekennen waren:
deze is van Angelino - postbode; deze is van Cincino - spoorwegambtenaar; en deze van Jovanne
woensdag 28 september 2011
What's in a name
We zijn alweer een paar dagen in Umbrië, dus hoog tijd om weer wat berichten te posten over de dingen die we zoal doen en tegenkomen. Vanmorgen zijn we naar Spello gereden om bij de Granbrico (een grote doe-het-zelf winkel) een aantal spullen te kopen voor het huis. Omdat de winkel om half 1 dicht ging besloten we om onszelf op een lunch te trakteren in Bevagna, een prachtig middeleeuws stadje met een Romeinse oorsprong. Op het Piazza Garibaldi, vlak achter de stadspoort schoven we even later aan op het terras van een piepklein restaurant.
Nu hebben Nederlanders de naam om nogal direct te zijn in hun uitingen, maar deze foto toont dat ook de Italianen, of in ieder geval de eigenaar van deze tent, er ook wat van kan. Op de gevel hangt dit zelfgemaakte bord, waarop in vrije vertaling staat te lezen:
Bent u krenterig?
Heeft u haast?
Bent u veeleisend?
Bent u niet tevreden te stellen?
Bent u iemand die aan z'n ballen krabt?
Verderop zijn andere restaurants!
PS Geheelonthouders betalen dubbel!
Overigens was het eten er prima! Maar ik denk dus dat de meneer op de tweede foto er niet welkom is!
Nu hebben Nederlanders de naam om nogal direct te zijn in hun uitingen, maar deze foto toont dat ook de Italianen, of in ieder geval de eigenaar van deze tent, er ook wat van kan. Op de gevel hangt dit zelfgemaakte bord, waarop in vrije vertaling staat te lezen:
Bent u krenterig?
Heeft u haast?
Bent u veeleisend?
Bent u niet tevreden te stellen?
Bent u iemand die aan z'n ballen krabt?
Verderop zijn andere restaurants!
PS Geheelonthouders betalen dubbel!
Overigens was het eten er prima! Maar ik denk dus dat de meneer op de tweede foto er niet welkom is!
zondag 4 september 2011
Zwavelbad (2)
Vandaag kom ik toevallig een berichtje uit een regionale Italiaanse krant tegen over de openlucht zwavelbron bij Viterbo die ik beschreef in mijn vorige stukje. Locaal wordt de bron al lange tijd beschouwd als een middel tegen verschillende kwalen, maar nu wordt deze in de krant ook aangeprezen als een gratis middel om de mannelijke potentie te verhogen.
Uit een recente studie van Dr. Roberta D'Emmanuele, uitgevoerd in de zwavelrijke omgeving van Napels, zou blijken dat zwavel een krachtige stimulus is voor de potentie en even krachtig als de farmaceutische Viagra-pil: "Hoewel dit middel (Viagra) in sommige gevallen effectief bleek, waren de effecten van het natuurlijk gas altijd effectief".
Een voorbeeld van de perfecte Italiaanse marketingmethode. En Italianen kennende, zal het er ongetwijfeld druk worden.
Uit een recente studie van Dr. Roberta D'Emmanuele, uitgevoerd in de zwavelrijke omgeving van Napels, zou blijken dat zwavel een krachtige stimulus is voor de potentie en even krachtig als de farmaceutische Viagra-pil: "Hoewel dit middel (Viagra) in sommige gevallen effectief bleek, waren de effecten van het natuurlijk gas altijd effectief". Een voorbeeld van de perfecte Italiaanse marketingmethode. En Italianen kennende, zal het er ongetwijfeld druk worden.
vrijdag 27 mei 2011
zwavelbad
Gisteren hebben we een stukje omgereden omdat ik via via op het spoor was gezet van een zwavelbron in de openlucht waarin je - zo je wilt - een heilzaam bad kunt nemen. Vanaf Montefiascone, aan het meer van Bolsena, reden we richting Viterbo, om een paar kilometer voor Viterbo de afslag te nemen naar Marta. Vlak voor de restanten van een Romeins grafmonument slaan we linksaf een onverharde weg in. Waarschijnlijk was dit de oude Romeinse weg, de Via Cassia, getuige een tweede restant van een grafmonument dat we passeren. Het landschap is hier zacht glooiend, we rijden door akkers waar net gehooid is. Helemaal geen plek waar je vulkanische activiteit zou verwachten. We moeten uitkijken naar een parkeerplaats en inderdaad zien we een aantal auto's en campers langs de weg staan. Als we uitstappen zien we al snel een goot waardoorheen water stroomt, het ruikt inderdaad naar zwavel en als we voelen is het gloeiend heet. De kanaaltjes leiden naar een paar bassins met banken rondom, waarin het water kniehoog staat. Op de banken en in het water zitten en liggen Italianen van verschillend pluimage in het 'gezonde' zwavelwater. Wij hebben geen badkleding bij ons, maar omdat de temperatuur boven water al 30 graden is hebben we ook niet veel zin om ons in een nog heter bad te dompelen. Het blijft bij pootje baden en dat is al warm. Maar in de herfst of de winter moet het vast lekker zijn om hier in zo'n gratis natuurlijke jacuzzi te zitten.
Bloemenzee
Soms kom je een bocht omrijden en word je verrast door iets wat je niet verwacht. Gisteren was er zo'n moment waarop we even stilvielen vanwege deze kleurenpracht: velden met paarse klaver, gemengd met andere veldbloemen.
dinsdag 24 mei 2011
Klokkenritme
Bijna iedere morgen worden we gewekt door het luiden van de klokken. Ik zeg met nadruk bijna omdat we er na verloop van een paar dagen zo aan gewend zijn dat we er ook rustig doorheen kunnen slapen. Veel van onze gasten (maar wij ook de eerste keer dat we hier sliepen) denken dat het de klokken van de kerk zijn. Maar dat is niet het geval. Het zijn de klokken in de toren van de burcht, om precies te zijn in één van de drie torens die de burcht rijk is. Van één toren staat alleen het fundament nog, het is nu een uitkijkpunt. De tweede toren staat nog wel fier overeind, maar is al jaren leeg en verlaten. De derde poort is de poort die de hoofdingang vormt tot de burcht en daarom is voorzien van een klokkentoren. De traditie van het luiden gaat terug tot de tijd dat nagenoeg alle inwoners van het dorp op het land werkten en er nog geen zakhorloges bestonden. Daarom roepen de klokken om 7 uur alle landarbeiders op om aan het werk te gaan. Om precies 12 uur wordt er geluid omdat het tijd is voor de middagrust. Na de middagrust hervat iedereen het werk tot de klokken iedereen naar huis roepen vanwege het invallen van de avond. Dat is de enige tijd die wordt aangepast aan het seizoen. In de winter is dat al om 17.00 uur, maar op dit moment mag iedereen doorwerken tot 20.30 uur.
Het luiden gebeurt niet meer met de hand, de klokken zijn inmiddels aangesloten op een tijdschakelaar. Heel modern hoor ik iedereen al denken, maar gelukkig zit er toch nog een traditioneel kantje aan. Net zoals ongetwijfeld in de Middeleeuwen al het geval was, is er slechts één persoon in het dorp nobel genoeg om de sleutel van de toren in zijn bezit te mogen hebben. Dat is in dit geval Gabriele, die in het dorp een soort burgemeestersrol vervult. Als er dus een speciale gelegenheid is waarvoor iemand de klokken willen laten luiden, zoals een begrafenis of huwelijk, dan moet diegene Gabriele aanspreken want alleen hij heeft toegang tot de toren en de tijdschakelaar. Al zou het hele dorp de klokken willen stilzetten, als Gabriele dat niet wil gebeurt het niet. Het is hier tenminste één van de weinige procedures die - hoewel niet democratisch - in ieder geval wel simpel is.
vrijdag 29 april 2011
De Romeinse haven van Pagliano
In de omgeving zijn er verschillende archeologische resten te zien uit de Etruskische en Romeinse tijd. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien we hier maar zo'n 100 km van Rome verwijderd zijn. Maar onlangs kwam ik tegen dat er in de buurt ook restanten van een Romeinse haven liggen, en wel vlakbij Orvieto, op de plaats waar twee rivieren samenkomen: de Tiber en de Paglia. De laatste vormde een verbinding over het water van Chiusi naar Orvieto en verder over de Tiber naar Rome.
Na het doen van boodschappen in Orvieto besloten we op zoek te gaan en nemen de weg onder langs de Paglia richting Corbara. Vlak voor Corbara staat er zowaar een bordje langs de weg dat ons een onverharde weg opstuurt, natuurlijk met de gebruikelijke hobbels en kuilen. En zoals ook gebruikelijk: er staat maar één bordje, zoek het verder zelf maar uit als de weg zich verderop blijkt te splitsen. Natuurlijk nemen we eerst de verkeerde afslag, maar uiteindelijk wijzen een paar vissers ons de weg en komen we uit bij de haven. Er staat zowaar een informatiebord, maar verder is de site verlaten en overwoekerd met gras en onkruid. Op het bord staat te lezen dat de commerciële gebouwen hier opgegraven zijn in 1889-1890, maar sindsdien in de vergetelheid zijn geraakt (behalve bij schatgravers) en overwoekerd. Maar, vermeldt het bordje trots, in 2000 heeft er een heropgraving plaatsgevonden waarbij de restanten opnieuw bestudeerd zijn, van alle begroeiing ontdaan en weer toonbaar gemaakt zijn. Op dit moment zijn er alleen nog enkele muren van overigens prachtig 'opus reticulatum' metselwerk nog te zien. Het wachten is nu dus weer op de volgende heropgraving. En nieuwe bordjes.
Na het doen van boodschappen in Orvieto besloten we op zoek te gaan en nemen de weg onder langs de Paglia richting Corbara. Vlak voor Corbara staat er zowaar een bordje langs de weg dat ons een onverharde weg opstuurt, natuurlijk met de gebruikelijke hobbels en kuilen. En zoals ook gebruikelijk: er staat maar één bordje, zoek het verder zelf maar uit als de weg zich verderop blijkt te splitsen. Natuurlijk nemen we eerst de verkeerde afslag, maar uiteindelijk wijzen een paar vissers ons de weg en komen we uit bij de haven. Er staat zowaar een informatiebord, maar verder is de site verlaten en overwoekerd met gras en onkruid. Op het bord staat te lezen dat de commerciële gebouwen hier opgegraven zijn in 1889-1890, maar sindsdien in de vergetelheid zijn geraakt (behalve bij schatgravers) en overwoekerd. Maar, vermeldt het bordje trots, in 2000 heeft er een heropgraving plaatsgevonden waarbij de restanten opnieuw bestudeerd zijn, van alle begroeiing ontdaan en weer toonbaar gemaakt zijn. Op dit moment zijn er alleen nog enkele muren van overigens prachtig 'opus reticulatum' metselwerk nog te zien. Het wachten is nu dus weer op de volgende heropgraving. En nieuwe bordjes.
Prutswerk
Na een regendag eerder deze week en het zonnetje van vandaag zie je weer een keur van nieuwe (veld)bloemen bloeien. Vooral de papavers vallen extra op. Eerst zagen we er maar een paar, maar nu kleuren ze de kanten van de weg prachtig rood. Maar ook op ons terras gaat het snel. Vanmorgen heb ik deze foto gemaakt van de rozen. Volgens mij zijn ze me dankbaar voor de snoeibeurt van vorig jaar. Helaas geldt dat niet voor de oude druivenranken die het terras in de zomer van de broodnodige schaduw moeten voorzien. Omdat ze vorig jaar zo'n wildernis waren heb ik ze in november flink teruggesnoeid. Maar nu lopen ze maar mondjesmaat uit. Verschillende locale kenners hebben zich er deze week al over gebogen. Eerst Pinuccio, de achterbuurman, die riep meteen: "ze zijn dood, veel te oud, plant maar nieuwe". Omdat ik dat wel al te rigoreus vond (het is immers pas april) de dag erna Vladimiro gevraagd wat hij ervan vond. Hij is tuinman van beroep, dus zou het moeten weten. Hij zegt dat ik te vroeg gesnoeid heb en veel te ver. Maar: misschien lopen ze op het oude hout nog wel uit, dus nog maar even aanzien. En vanmorgen kwam Enrico kijken. "Wie heeft deze gesnoeid?" vroeg hij meteen op een toon die niet veel goeds voorspelde. Het was prutswerk, daarover was hij het meteen eens met Vladimiro. Maar verder wist Vladimiro niets van druiven, vond hij. Met een kennersblik wees hij aan waar ik uitlopers kon verwachten en waar het hout volgens hem dood (secco: droog) was en moest worden afgezaagd. "Heb je een zaag?" vroeg hij om de daad bij het woord te voegen. Gelukkig had ik die niet voorhanden anders waren de oude ranken - met voor mij al een hoge decoratieve waarde - geen lang leven beschoren geweest. Gelukkig gaat hij er dan mee akkoord om het nog even aan te zien wat er de komende weken gaat uitlopen. Maar eind mei, als we terugkomen, komt hij zagen. Slik.
Maar verder vindt hij dat alles er mooi bij staat, vooral de rozen. Gelukkig toch nog wat goed gedaan....
Maar verder vindt hij dat alles er mooi bij staat, vooral de rozen. Gelukkig toch nog wat goed gedaan....
maandag 25 april 2011
De loterijwinnaar
Onze dorpsvereniging, de circolo, grijpt iedere feestdag aan om een loterij te organiseren. Zo ook met Pasen. Het spekt de kas van de vereniging en of het nu om die reden is of een andere, de dorpelingen krijgen er nooit genoeg van want iedere keer zijn alle loten weer uitverkocht.
Deze Pasen is het niet anders, er worden drie enorme chocolade paaseieren verloot. De ene eihelft bestaat uit pure en de andere uit melkchocolade en het geheel is prachtig versierd met suikerwerk.
Vol trots vertelt de barman dat de grootste wel drie kilo weegt. Ik begrijp nu waarom de meeste dames hier niet al te slank zijn en moet er niet aan denken om zo’n ei weg te moeten werken.
Na de kerkdienst komt het hele dorp een ‘aperitivo’ drinken in de bar en wordt iedereen een ‘buona Pasqua’ gewenst met veel gezoen (ook de mannen) en schouderkloppen. Het is gezellig druk want veel familie komt bij elkaar op bezoek dit weekend. Het hoogtepunt is de trekking van de loterij. De barman komt naar buiten met een met zilverfolie omwikkelde pot met daarin alle balletjes van een lottomachine die kennelijk ergens vandaan is getrokken. Om de beurt wijst hij een kind aan die een balletje uit de pot mag halen en ouders schuiven hun kinderen om het hardst naar voren om die eer in de familie te houden. De winnaars van de derde en tweede prijzen blijken niet aanwezig, maar de eerste prijs wordt onder luid applaus aan de winnaar overhandigd en vol trots wil hij wel even poseren voor onze fotocamera. Zijn Pasen kan niet meer stuk.zondag 24 april 2011
Colomba di Pasqua: paasduif
Na de wintermaanden is het weer heerlijk om hier terug te komen in de lente. Het landschap is inmiddels fris groen en er verschijnt weer een keur aan wilde bloemen in de akkers en bermen.
En vandaag is het nog Pasen ook. Voor veel Italianen is vandaag het hoogtepunt van een week vol vieringen volgens goed katholiek gebruik. Toen wij de avond van Goede Vrijdag in het dorp arriveerden waren we net op tijd om de processie gade te slaan waarbij de dorpelingen Christus - dat wil zeggen het Christusbeeld uit de kerk dat voor deze gelegenheid van het kruis is afgehaald - symbolisch ten grave dragen door de met kaarsen verlichte straat.
Vanmorgen om 7 uur werd de wederopstanding – in letterlijke zin - al luidruchtig uitgedragen vanaf de klokkentoren. Na deze aubade hebben we een echt vakantie-Paasontbijt klaargemaakt. Gedeeltelijk zoals thuis, met een meegebracht tafelkleed en versierde eieren. Maar ook met Italiaans paasbrood, waarmee de winkels hier volstaan de weken voor Pasen. Grote dozen met broden in vele vormen en met verschillende vullingen. Italiaanse vrienden kwamen ons een Colomba (duif) brengen: een paasbrood in de vorm van een duif. Het lijkt een beetje op ons krentenbrood, alleen is deze gevuld met stukjes sinaasappelschil en bestrooid met suiker en amandelen. Heerlijk!
donderdag 25 november 2010
Drankprobleem
Ook in Italië is het niet de bedoeling dat je met (teveel) drank op achter het stuur kruipt. Maar hoe weet je nu hoeveel promil alcohol je in je bloed hebt wanneer je de bar verlaat? In Nederland weten de meesten wel dat je niet meer dan 2 biertjes mag drinken, maar wat als je geen bier drinkt maar wel likeur, wijn of iets sterkers? De Italianen hebben de oplossing gevonden! In ieder bar hangt een lijst waarop je kunt opzoeken hoeveel het alcoholpromilage is van het drankje dat je drinkt. De lijst is uitgesplitst in tabellen voor mannen en vrouwen en voor ieder geslacht in verschillende gewichtscategorieën. Alles wat je hoeft te doen is in de juiste tabel je gewicht en je drankje op te zoeken en je ziet wat het promilage is. Tot zover de theorie. In de praktijk heb ik nog nooit iemand gezien die de lijst raadpleegde. Sterker nog, ik denk dat niemand in de lijst is geïnteresseerd, men weet natuurlijk zelf veel beter hoeveel alcohol men aankan. Maar het is wel tekenend voor de manier waarop de overheid problemen aanpakt: er is een probleem, we maken een lijst, probleem "opgelost", volgende!
woensdag 24 november 2010
Mars van Todi
Het is een – althans voor mij – bekend fenomeen: de musea waar je het dichtste bij woont bezoek je het minst. Zo ben ik nog nooit op de Zaanse Schans geweest en ook het Zuiderzeemuseum heeft mij nooit in hun bezoekersaantallen kunnen registreren. En hier in Umbrië is het niet anders. Bijna dagelijks kom ik hier in Todi en ik weet dat er in het Palazzo del Popolo een museum is gevestigd, maar ik ben er nog nooit naar binnen gestapt. Maar nu de olijven zijn geplukt en ik gisteren weer in Todi was , besloot ik nu maar eens een kijkje te gaan nemen. Niet in het minst omdat ik laatst een foto zag van een Etruskisch bronzen beeld dat mij erg bekend voorkwam. Inderdaad ken ik het beeld van mijn eerstejaarscolleges archeologie als de Mars van Todi. Alleen heb ik toen kennelijk braaf de naam geleerd om vervolgens – toch bijna 30 jaar later – bij het woord Todi niet meer de associatie met Mars te maken. Totdat ik de afbeelding weer zag op een ansichtkaart.
Het originele beeld staat inmiddels in het Vaticaans museum in Rome, maar in Todi staat nog wel een kopie. Het bleek niet moeilijk te vinden, want nog voor je de ingang van het museum bereikt staat het beeld pontificaal in het trappenhuis.
In tegenstelling tot de naam doet vermoeden is het geen levensgroot beeld van de god Mars, maar van een soldaat die een offer brengt. Dat is te zien aan de offerschaal (patera) in zijn rechterhand. Zijn helm ontbreekt, evenals de speer in zijn linkerhand. Desalniettemin is het een indrukwekkend beeld uit de 5e eeuw voor Christus, de tijd waarin de Etrusken zich meesters tonen in het bronsgieten, een techniek die ze van de Grieken in Zuid-Italië kopieerden. De verwarring met de oorlogsgod Mars is waarschijnlijk ontstaan doordat het beeld in 1853 gevonden is nabij een Umbrisch heligdom voor de oorlogsgod, waar het ritueel was begraven in een graf.
De rest van het museum stelde helaas teleur. Zoals vaak het geval is, is de opstelling en vooral het licht zo slecht dat je niets ziet omdat er geen lichtpunt is of omdat je verblind wordt door spotjes die bijna recht in je gezicht schijnen. Jammer, maar Mars maakte gelukkig veel goed.
zaterdag 20 november 2010
Il frantoio
Het is zover, na een week olijven plukken is de eerste olie een feit. Vanmorgen heb ik met eigen ogen (en voor de eerste keer) kunnen zien hoe de olijven zijn verwerkt in de ambachtelijke perserij in het nabijgelegen Civitella del Lago. Natuurlijk wordt de gelegenheid meteen aangegrepen om het te vieren met wijn en bruschette met daarop de eerste geperste olie.
Kort gezegd is het proces als volgt: de kisten olijven worden geleegd in de transportmachine waar allereerst de meegeplukte bladeren eruit worden geblazen. Daarna worden de olijven gewassen en vallen ze in een grote bak waarin ze door drie enorme, ronddraaiende granieten molenstenen tot een pasta worden geplet. De pasta wordt – beetje bij beetje - uit de bak op ronde schijven uitgespreid en deze schijven worden op elkaar gestapeld tot wel 1,5 meter hoog. Deze enorme stapel wordt onder een pers gelegd en zo’n twee uur lang wordt tenslotte de olie uit de pasta geperst en opgevangen. Hoewel het proces gedeeltelijk is geautomatiseerd, is het een arbeidsintensief proces dat veel tijd kost. De perserij is dan ook 24 uur per dag in bedrijf. In de meer moderne perserij waar ik gisteren een kijkje heb genomen verloopt het hele proces volautomatisch en is er maar één operator nodig om de boel in de gaten te houden. Maar nadeel voor de kijker is dat je de olijven in het geheel niet ziet, alles wordt via buizen getransporteerd. Alleen aan het einde van het proces kun je de olie uit de pers zien komen. Geef mij dus maar het oude ambacht.
NB. Ik heb trouwens nooit geweten dat er zwarte olijven bestaan die een diep rode olie geven. Omdat ze meestal maar een klein deel van de oogst uitmaken, is de net geperste olijfolie toch groen van kleur en troebel. In de loop van een aantal maanden slaan de olijfdeeltjes in de olie neer en wordt de olie helder.
Kort gezegd is het proces als volgt: de kisten olijven worden geleegd in de transportmachine waar allereerst de meegeplukte bladeren eruit worden geblazen. Daarna worden de olijven gewassen en vallen ze in een grote bak waarin ze door drie enorme, ronddraaiende granieten molenstenen tot een pasta worden geplet. De pasta wordt – beetje bij beetje - uit de bak op ronde schijven uitgespreid en deze schijven worden op elkaar gestapeld tot wel 1,5 meter hoog. Deze enorme stapel wordt onder een pers gelegd en zo’n twee uur lang wordt tenslotte de olie uit de pasta geperst en opgevangen. Hoewel het proces gedeeltelijk is geautomatiseerd, is het een arbeidsintensief proces dat veel tijd kost. De perserij is dan ook 24 uur per dag in bedrijf. In de meer moderne perserij waar ik gisteren een kijkje heb genomen verloopt het hele proces volautomatisch en is er maar één operator nodig om de boel in de gaten te houden. Maar nadeel voor de kijker is dat je de olijven in het geheel niet ziet, alles wordt via buizen getransporteerd. Alleen aan het einde van het proces kun je de olie uit de pers zien komen. Geef mij dus maar het oude ambacht.
NB. Ik heb trouwens nooit geweten dat er zwarte olijven bestaan die een diep rode olie geven. Omdat ze meestal maar een klein deel van de oogst uitmaken, is de net geperste olijfolie toch groen van kleur en troebel. In de loop van een aantal maanden slaan de olijfdeeltjes in de olie neer en wordt de olie helder.
donderdag 18 november 2010
Olijfje
Vandaag kan ik even bijkomen. Dat klinkt misschien raar wanneer je hier met vakantie bent, maar de afgelopen dagen waren meer een werkvakantie. Het afgelopen weekend zij de meeste families in het dorp begonnen met het oogsten van de olijven en dat betekent dat alle hulp welkom is. Vele handen maken licht werk, en er komen ook vele handen aan te pas om de klus te klaren. Zaterdag heb ik mijn hulp aangeboden aan Gabriele, die met zijn vrouw en schoonzoon aan het plukken was. Natuurlijk kon ik helpen. Ik kreeg een klein harkje warmee ik de rijpe olijven van de tak moet ritsen. Zijn vrouw en ik ontfermen ons over de lage takken, de beide heren staan op een ladder om de hoge takken te bereiken. De olijven vallen in het net dat onder de bomen ligt uitgespreid. Het kost soms enige moeite om ze niet te vertrappen wanneer je aan het werk bent, ook omdat er heel wat wordt afgekletst en gelachen. Aan het einde van de dag hebben we acht bomen leeggeplukt. Mijn opbrengst was een heerlijke dag, een dito lunch, een fles wijn en een portie goodwill.
Vanaf zondag help ik mijn buren, die er dit jaar alleen voor staan om hun 60 bomen te plukken. De hulp van een plukker (inmiddels met ervaring!) is dan ook zeer welkom. Het werk is hier wel zwaarder omdat de olijfgaard naar beneden het dal in loopt. We staan dan ook regelmatig op een schuine helling te balanceren. Bovendien is er geen gemechaniseerde hulp om de volle kisten naar boven te transporteren. Die moeten we zelf naar boven dragen. Mijn conditie is er dus de afgelopen dagen wel op vooruitgegaan! Maar gelukkig zijn er positieve kanten genoeg: het mooie weer, het prachtige uitzicht, het goede gezelschap en niet te vergeten de heerlijke lunches die me iedere dag weer te wachten staan. Haast jammer dat we morgen klaar moeten zijn, want zaterdag worden de olijven om 11.30 precies bij de frantoio (perserij) verwacht.
zondag 14 november 2010
Voetbaldiner
Gisterenavond was ik samen met mijn buren uitgenodigd voor het diner bij Tiziana en Roberto. Zij wonen even buiten het dorp in een kleine boerderij. Tiziana runt hier een B&B en staat bekend om haar kookkunst, ze kookt vaak voor feesten en partijen. Geen slechte uitnodiging dus.
Op dit moment logeert er in haar B&B een Siciliaan op leeftijd, die blijkbaar ieder jaar een paar dagen bij haar komt logeren en zijn auto volpropt met Siciliaanse etenswaar. Het beloofde dus een bijzondere avond te worden. We waren niet de enige gasten, ook een aantal andere stellen waren van de partij. Het ging er typisch Italiaans aan toe. De vrouwen bevolkten de keuken en de mannen vermaakten zich luidruchtig in de woonkamer, waar twee tafels waren gedekt. Eén tafel voor de mannen en één voor de vrouwen. Want zoals Roberto het zegt: "vrouwen zitten toch maar te kleppen over vrouwenzaken". Niets voor echte mannen dus. "Toevallig" stond de mannentafel ook het dichtst bij de televisie, en die gaat hier niet uit tijdens het eten. En vanavond zeker niet want er was een voetbalwedstrijd. De ene club was Rome, de mannen waren allemaal aanhangers van deze club, maar vraag me niet tegen wie ze speelden. Maar het gejoel en geschreeuw was de eerste tijd niet van de lucht, totdat Rome met 2-1 achter kwam te staan. Toen werd het aanmerkelijk stiller.
Tegen die tijd hadden de mannen hun zitplaats al verruild voor de zithoek en waren er al twee in slaap gevallen....
Maar het eten was prima, al was het voornamelijk vis en ben ik geen viseter. Eerst pasta met tonijn, daarna Siciliaanse tomaten met verse ansjovis en frittata - een soort omelet - met inktvis. (De tonijn lustte ik wel, maar met inktvis heb ik meer moeite. Gelukkig at de hond het wel, we zijn nu dus dikke vrienden.) Alles werd begeleid door de eerste wijn van dit seizoen en ook de eerste olijfolie. En als toetje nog taart met grappa. Ik heb vannacht dus geslapen als een roos!
Op dit moment logeert er in haar B&B een Siciliaan op leeftijd, die blijkbaar ieder jaar een paar dagen bij haar komt logeren en zijn auto volpropt met Siciliaanse etenswaar. Het beloofde dus een bijzondere avond te worden. We waren niet de enige gasten, ook een aantal andere stellen waren van de partij. Het ging er typisch Italiaans aan toe. De vrouwen bevolkten de keuken en de mannen vermaakten zich luidruchtig in de woonkamer, waar twee tafels waren gedekt. Eén tafel voor de mannen en één voor de vrouwen. Want zoals Roberto het zegt: "vrouwen zitten toch maar te kleppen over vrouwenzaken". Niets voor echte mannen dus. "Toevallig" stond de mannentafel ook het dichtst bij de televisie, en die gaat hier niet uit tijdens het eten. En vanavond zeker niet want er was een voetbalwedstrijd. De ene club was Rome, de mannen waren allemaal aanhangers van deze club, maar vraag me niet tegen wie ze speelden. Maar het gejoel en geschreeuw was de eerste tijd niet van de lucht, totdat Rome met 2-1 achter kwam te staan. Toen werd het aanmerkelijk stiller.
Tegen die tijd hadden de mannen hun zitplaats al verruild voor de zithoek en waren er al twee in slaap gevallen....
Maar het eten was prima, al was het voornamelijk vis en ben ik geen viseter. Eerst pasta met tonijn, daarna Siciliaanse tomaten met verse ansjovis en frittata - een soort omelet - met inktvis. (De tonijn lustte ik wel, maar met inktvis heb ik meer moeite. Gelukkig at de hond het wel, we zijn nu dus dikke vrienden.) Alles werd begeleid door de eerste wijn van dit seizoen en ook de eerste olijfolie. En als toetje nog taart met grappa. Ik heb vannacht dus geslapen als een roos!
San Martino: het bewijs
Vrijdag schreef ik over de "zomer van San Martino" en om te bewijzen dat het niet alleen folklore is, deze foto van de thermometer op het terras op zaterdagmorgen 13 november om 11 uur.
vrijdag 12 november 2010
San Martino (Sint Maarten)
11 November staat ook hier in het teken van San Martino, oftewel Sint Maarten. Van oorsprong natuurlijk een kerkelijk feest, maar de heilige wordt hier ook in verband gebracht met een klimatologisch verschijnsel: de zomer van Sint Maarten (l’estate di San Martino). In de vaak al koude en natte novembermaand komen er nog een paar warme dagen voor die doen herinneren aan de zomer. De legende vertelt dat de heilige, op weg naar huis, een arme man tegenkwam, slechts schaars gekleed op weg in het al winterse landschap. Maarten sneed met zijn zwaard de helft van zijn mantel af en gaf dat aan de arme man. Deze goede daad bleef in het hemelse niet onopgemerkt want onmiddellijk smolt de sneeuw, ging de wind liggen en steeg de temperatuur tot een zomerse waarde. Hetzelfde tafereel herhaalde zich nog twee maal in de daaropvolgende dagen.
Deze korte ‘zomer’ met temperaturen rond 20 graden wordt inderdaad voor komend weekend voorspelt. Het komt alle boeren goed van pas, want de olijven moeten in deze tijd worden geplukt. Met San Martino lopen ook de landgebruikscontracten van de boeren af of worden verlengd. ‘Sintmaarten’ (fare San Martino) is in het Italiaans dan ook een werkwoord dat ‘verhuizen’ betekent. En – niet onbelangrijk - met Sint Maarten kan ook de eerste nieuwe wijn van het jaar worden gedronken.
Traditioneel werden er op de feestdag van Sint Maarten markten gehouden waar de boeren hun pas geoogste producten konden verkopen. Ook in het nabijgelegen Todi was er gisteren de traditionele markt, waar naast kleding, huishoudelijke spullen, tassen en sieraden gelukkig nog steeds kramen te vinden zijn met (gedroogd) fruit, noten, olijven, ham en worst.
woensdag 10 november 2010
Mijn 'werkkamer'
Deze foto geeft een idee waar ik uithang als ik hier aan het ‘werken’ ben. In de bibliotheek van Todi heb ik dit hoekje gevonden tussen de kasten met literatuur over Umbrië. Overigens moet je je bij de bibliotheek niet meer voorstellen dan een gemiddelde, spaarzaam bezochte Nederlandse dorpsbibliotheek. Wat de rust ten goede komt, ware het niet dat er altijd minimaal vier bibliothecaresses aanwezig zijn die qua stemvolume de ruimte aardig kunnen vullen. Het eerste uur heb ik naast hun balie en achter één van de twee computers doorgebracht om mijn mailboxen te checken. Naast de computer staat een groot bord met daarop aangegeven dat je de computer maximaal 1 uur bezet mag houden en met het verzoek om bij voorkeur een afspraak te maken voor het gebruik ervan. Beide regels zijn compleet overbodig aangezien ik hier zelden een andere computergebruiker tegen het lijf loop. Na de mailboxen kon ik het nog net opbrengen om op internet de weerberichten te raadplegen (vanaf morgenmiddag wordt het droger) en een recensie van de film die ik vanavond in het (eens per week tot bioscoop omgetoverde) theater van Marsciano ga zien: La sera dorata (The city of your last destination). Daarna is het genoeg geweest en trek ik mij zo ver mogelijk terug van de balie. Gelukkig staan daar ook de boeken over Umbrië die ik nodig heb om een aantal artikelen te schrijven. Vol overgave heb ik mij de rest van de morgen gestort op het bijeen rapen van literatuur voor een artikel over de ondergrondse bezienswaardigheden in deze provincie. Het archeologische bloed kruipt nu eenmaal waar het gaan kan. Ik vermaak me hier prima tot de bibliotheek om 14.00 sluit. Ik vraag me af wat de bibliotheekdames de rest van de dag doen.
maandag 8 november 2010
Vogelgekwetter
Een van de eerste dingen die me hier weer opviel was het enorme gekwetter van vogels. Het blijken vooral grote zwermen spreeuwen te zijn. Ze doen zich hier vooral te goed aan het overgebleven fruit in de bomen. Bij de buren snoepen ze van de vijgen en de oranje kakivruchten. Ik bedacht me vandaag dat de spreeuwen waarschijnlijk vanuit het noorden al hierheen getrokken zijn om te overwinteren. Misschien komen ze wel uit Nederland…
Santa Restituta
Zo snel kan het gaan: zaterdag om 7:00 uur stap je op Schiphol in het vliegtuig naar Pisa, haalt je huurauto op en om 12:15 uur precies rij je Acqualoreto binnen. Daar zaten mijn zus en zwager – die afgelopen week in ons huis logeerden – mij al op te wachten op een bankje voor de bar. Na het noodzakelijke bijkletsen en de lunch besloten we nog even te genieten van het mooie weer en de prachtige herfstkleuren. De keuze viel op het maken van een wandeling in de omgeving. De auto hebben we geparkeerd in het piepkleine dorpje Santa Restituta, dat halverwege op een steile berghelling ligt. Vandaar te voet verder, met hulp van de Sunflower wandelgids als onze wegwijzer. Omdat we om 14:00 vertrokken konden we de hele wandeling naar de top van de Monte Croce di Serra (940 m) niet meer maken voor het donker, maar ook het kleinere rondje door het herfstbos, met af en toe prachtige vergezichten, was zeer de moeite waard. En op twee eekhoorns en drie houtkappende mannen na zijn we niemand tegen gekomen. De laatste houthakker die we tegenkwamen was al flink op leeftijd. Hij liep met ons mee de steile weg terug naar het dorp, zijn kettingzaag over z’n schouder.
Abonneren op:
Posts (Atom)


